Van opruimen word ik melancholisch. Want opruimen betekent: spullen wegdoen. En dat stelt mij voor zware morele dilemma's om te bepalen welke herinneringen het waard zijn om bij te houden en welke ik door spullen weg te gooien, mag vergeten.
Ik beken, ik kan heel slecht dingen weggooien. Niet op een vrekkige, gierige manier à la 'jamaar, dat kan ik misschien ooit nog eens ergens gebruiken als back-up cadeau' (hoewel soms zeer handig!), maar ik onthoud altijd het gevoel dat door me heen gaat als ik iets krijg, zie of lees. Bij 'goed gevoel' sorteert mijn brein het item in kwestie automatisch op de 'bijhouden-hoop'. Op zich niks mis mee, vind ik zo. Het wordt enkel problematisch als 's mens leefruimte erdoor in het gedrang komt. En geloof me, dat gebeurt me constant.
Afgelopen week had ik, nieuwjaarsresoluties indachtig, het goede voornemen opgevat om mijn oude kamer bij mijn ouders thuis van alle rommel te ontdoen. Nu ja, oude kamer.. M'n broer is vorige zomer in Mijn Oude Kamer ingetrokken omdat het nu eenmaal de grootste slaapkamer is. Met als gevolg dat mijn bed en al mijn zooi op een hoop in Zijn Oude Kamer terechtkwamen. Wederom, op zich niks mis mee. Alleen moest ik nu over een berg spullen klauteren om sporadisch in mijn bed te kunnen slapen, of een halve volksverhuizing op touw zetten om de kleerkast te kunnen openen. Na de onvermijdelijke maternale smeekbedes besloot ik dat het dit jaar maar eens gedaan moest zijn. Opruimen dus.
Het voordeel als andere mensen in je spullen zitten, is dat je willekeurig verborgen schatten uit je verleden tegenkomt. Zo doorbladerde ik het jaarboek van mijn zesde middelbaar om tevreden vast te stellen dat de vorm van mijn wenkbrauwen er sindsdien zwaar op vooruit is gegaan (bijhouden dus), en kreeg ik de slappe lach toen ik mijn allereerste GSM terugvond (doos weggegooid, toestel voorlopig bijgehouden). Eveneens op de weggooistapel: oude Jurassic Park T-Rex verpakking die jaren dienst heeft gedaan als verzameldoos, een cd-man met uitgelopen batterijen en veel oud papier. Zorgvuldig weggeborgen: eerste communie-witte-handtasje-met-rose-strikje en bijbehorende kanten handschoentjes, parfums van mijn bomma en een gedroogd boeketje korenbloemen dat ik ooit kreeg van mijn ex-lief. Over dat laatste heb ik overigens wel een hele namiddag getwijfeld, maar uiteindelijk kon ik het niet over mijn hart krijgen. Naar mijn gevoel is dat bijna liefde weggooien. En die houd ik toch liever bij, hoe melig het ook mag klinken.
Daarnaast vond ik een paar oude magazines terug, die ik na een laatste herlezing resoluut wilde weggooien. Maar voor ik Het Nieuwsblad Magazine van 5 december 2009 meegeef met het oud papier, wil ik deze woorden van Carl Ridders delen:
Word weer verliefd
Op nieuwe of ouwe lieven dat maakt niet uit
Op de kunst
Of op de lente
Maar, aapekes, word verliefd
Wijze woorden van een moedig man die via euthanasie uit het leven stapte. En geen beter advies om het nieuwe jaar mee te beginnen!
No comments:
Post a Comment