Thursday, May 20, 2010

I am a ruin, therefore I used to be a civilization


Een wandeling door Brussel is altijd een hele belevenis. Overdag of 's nachts, dat maakt eigenlijk geen r**t uit. Hoewel je overdag de graffiti beter ziet staan en je 's nachts nog makkelijker rare mensen tegen komt. Of kerels die je zomaar vastgrijpen, een halve hartaanval doen krijgen en na luide krijsende "non!"-s alsnog verdwaasd afdruipen (dank u wel, Joëlle Milquet).
Dat neemt niet weg dat je op die graffiti-gevels soms geweldig mooie dingen ziet/ leest. En heel soms lees/ zie je iets waar je even over moet nadenken. Op weg naar de Botanique spotte ik deze leuze afgelopen week. Maar toen had ik geen camera bij. Gelukkig won ik concertkaartjes voor Holy Fuck en Sexy Sushi deze maandag, en kreeg ik een herkansing.
En net als je denkt dat je eigen (bedoverachterklein-)kinderen later zullen dansen op de ruïnes van wat eens de 21ste eeuwse beschaving was, en je dit toch wel tragische moment voor jezelf op de gevoelige plaat wilt vastleggen, wordt de treurige schoonheid van het besef van de eigen vergankelijkheid ruw verstoord. Nee, niet door een bende punkers met piercings waar menig acrobaat over zou struikelen of een bende uitgelaten Hare Krishna's, maar door een oude, kromgebogen, sharpei van een vrouw die met haar boodschappentrolley per se de tien centimeter van de stoep waarop ik me bevind, nodig heeft om in één rechte lijn door te lopen naar de bushalte, waar ze vervolgens nog 15 minuten staat te wachten op het busje dat zooooooo komt. Grmbl. Flabbergasted ging ik dan maar opzij.
En nee, de ironie van het moment ontging me niet. Tegelijk moest ik denken aan dat boek van Aidan Chambers uit '82, met de welluidende titel 'Je moet dansen op mijn graf'. En onwillekeurig glimlachte ik het sharpei-vrouwtje even toe.

No comments:

Post a Comment